ETNA FIV560WIT User manual

GEBRUIKSAANWIJZING
INSTRUCTIONS FOR USE
FORNUIS
FIV560WIT
FIV560RVS
FIV560ZWA
COOKER

NL Handleiding NL 3 - NL 23
EN Manual EN 3 - EN 23
Gebruikte pictogrammen - Pictograms used
Belangrijk om te weten - Important information
Tip - Tip

NL 3
INHOUD
Uw fornuis
Inleiding 4
Beschrijving van het apparaat 5
Bedieningspaneel 6
Gebruik
De oven gebruiken 7
Ovenfuncties 9
De inductiekookplaat gebruiken 10
Meldingen op de kookplaat displays 12
Kookstanden 13
Bediening
De oven bedienen 14
De kookplaat bedienen 14
Onderhoud
Algemeen 16
Ovenlamp vervangen 17
Ovendeur demonteren 17
Storingen
Storingstabel 18
Installatie
Algemeen 20
Elektrische aansluiting 20
Plaatsing 21
Technische gegevens
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014 22
Milieuaspecten
Afvoeren apparaat en verpakking 23

NL 4
UW FORNUIS
Inleiding
Gefeliciteerd met de aankoop van dit fornuis. Dit product is ontworpen voor optimale
gebruiksvriendelijkheid. Het fornuis heeft vele verschillende standen, waardoor u telkens de juiste
bereidingswijze kunt kiezen.
In deze handleiding leest u hoe u het fornuis optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de
bediening van de oven vindt u hier ook achtergrondinformatie die van pas kan komen als u het
apparaat gebruikt.
Lees vóór gebruik van het apparaat de afzonderlijk
meegeleverde veiligheidsinstructies!
Lees deze handleiding vóór gebruik van het apparaat en berg de handleiding
daarna veilig op voor toekomstig gebruik.

NL 5
UW FORNUIS
Beschrijving van het apparaat
1. Kookzone ø 16 cm / 1,0 kW - 1,5 kW (boost)
2. Kookzone ø 21 cm / 1,6 kW - 2,0 kW (boost)
3. Kookzone ø 21 cm / 1,6 kW - 2,0 kW (boost)
4. Display kookzone linksvoor
5. Display kookzone linksachter
6. Display kookzone rechtsachter
7. Display kookzone rechtsvoor
8. Kookzone ø 16 cm / 1,0 kW - 1,5 kW (boost)
9. Bedieningspaneel
10. Oven
11. Opberglade
12. Stelvoeten
9
10
11
12
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
1
3 4 86
2
5 7

NL 6
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
1. Functieknop oven
2. Lampje oventhermostaat
3. Temperatuurknop oven
4. Bedieningsknop kookzone linksvoor
5. Bedieningsknop kookzone linksachter
6. Bedieningsknop kookzone rechtsachter
7. Bedieningsknop kookzone rechtsvoor
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
6
7
8
5
4
3
9
P
2
1
0
1 32 4 5 6 7

NL 7
GEBRUIK
De oven gebruiken
• Verwijder alle losse toebehoren uit de oven en reinig ze met warm zeepsop.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
• Zet de oven een uur lang op de hoogste stand met onder- en bovenwarmte (zie 'Oven
bedienen'). Hierdoor wordt het beschermende vet verwijderd dat in de fabriek is aangebracht.
• Als de oven voor de eerste keer wordt gebruikt, zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken.
Dit is normaal. Zet indien nodig de afzuigkap aan.
• Nadat de oven is afgekoeld, reinigt u de oven met warm water.
• Verwarm de oven alleen voor als dit volgens het recept of volgens de tabellen in deze
handleiding nodig is.
Waarschuwing!
Plaats het ovenrooster in de rail en schuif het zo ver mogelijk in de oven.
Energiebewust gebruik van de oven
• Open de ovendeur zo weinig mogelijk.
• Bereid gerechten met dezelfde bereidingstemperatuur (bijvoorbeeld een appeltaart en
een ovenschotel) tegelijk en op hetzelfde rooster, of onder elkaar met gebruik van de
heteluchtfunctie. U kunt tegelijkertijd vlees laten stoven.
• Bereid verschillende gerechten na elkaar, bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake. Vaak is
de bereidingstijd van het tweede gerecht dan 10 minuten korter, doordat de oven al heet is.
• Doordat de oven geïsoleerd is, kunnen met de restwarmte gerechten worden bereid die
langer in de oven moeten blijven (vanaf 1 uur). Zet de oven 10 minuten eerder uit dan
aangegeven, maar laat de deur dicht.
• Voorverwarmen is meestal niet nodig, behalve voor gerechten met een bereidingstijd korter
dan 30 minuten of wanneer dit in het recept is aangegeven.
• Haal alles uit de oven wat u voor het gerecht niet nodig hebt.
• Zet na de bereiding de oven uit voordat u het gerecht uit de oven haalt.

NL 8
GEBRUIK
Ovengerei
• In principe kunt u elk type ovengerei gebruiken dat hittebestendig is.
• Reinig glazen ovengerei niet direct na gebruik met koud water. Door het plotselinge
temperatuurverschil kan het glas breken.
• Gebruik zwarte of donkere bakblikken. Deze geleiden de warmte beter, zodat het voedsel
gelijkmatiger wordt gebakken.
Dek de bodem van de oven niet af
• Wanneer u de bodem van de oven afdekt, bijvoorbeeld met aluminiumfolie of een bakplaat,
kan de oven oververhit raken, met beschadiging van het email tot gevolg.
• U kunt voorkomen dat springvormen op de bodem van de oven lekken door van
aluminiumfolie een bak te vouwen en deze op het rooster onder de vorm te plaatsen of door
er bakpapier onder te leggen.
Vlees braden
• Grote stukken vlees, met een gewicht vanaf 1 kg, zijn hiervoor het meest geschikt. Het vlees
krijgt een regelmatige, krokante korst en er treedt vrijwel geen gewichtsverlies op.
• Wrijf het vlees vijftien minuten vooraf in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden
80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel van beide) per 500 g vlees.
Bereidingstijd
• Voor dunne, platte stukken vlees is de bereidingstijd ongeveer 5 minuten korter dan voor
dikke stukken vlees of een lap vlees die is opgerold.
• Bij het braden van grotere stukken vlees is de bereidingstijd per extra 500 gram 15 tot 20
minuten langer. Smeer het vlees met boter of vet in en leg het in de braadslede. Leg het
vlees met de vette kant naar boven in de braadslede.
• Bedruip vlees zonder vette kant elke 15 minuten met het braadvocht. Vlees met een vette
kant moet elke 30 minuten worden bedropen.
• Als de jus te donker is, voegt u tijdens het braden af en toe een paar eetlepels water toe.
• Dek het vlees losjes af met aluminiumfolie en laat het vlees voor het serveren 10 minuten rusten.
Geleiders
• Aan de ovenwanden bevinden zich geleiders waarmee het ovenrooster of de bakplaat op
verschillende niveaus kan worden geplaatst. Voor de juiste hoogte raadpleegt u een bakgids
of de instructies op de verpakking van het voedsel.
Ovenlade
• Het fornuis heeft een ovenlade waarin u toebehoren zoals bakplaten, ovenroosters en kleine
potten en pannen kunt bewaren.
Waarschuwing! Tijdens gebruik kan het binnenoppervlak van de ovenlade heet worden.
Bewaar geen voedsel, plastic of ontvlambare materialen in de ovenlade.

NL 9
Ovenfuncties
Het apparaat beschikt over een aantal ovenfuncties. Raadpleeg de tabel voor de gewenste
functie. Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de verpakking van het gerecht.
Ovenfuncties
Ontdooien
• U kunt ontdooien met de ventilator van de hetelucht oven.
• De ventilator blaast koude lucht.
• Haal de diepvriesprodukten uit de verpakking en leg ze in een schaal.
• Schuif de schaal op het rooster in richel 3.
Onderwarmte
• Verwarming alleen door middel van het element voor onderwarmte.
• Deze functie kan worden gebruikt voor schotels en gebakken gerechten die een
echte bodemkorst of bruining nodig hebben.
• Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2.
• Gebruik deze functie net voor het einde van de bak- of braadtijd.
Bovenwarmte + onderwarmte
• Verwarming door middel van de elementen voor boven- en onderwarmte.
• Deze functie kan worden gebruikt voor traditioneel bakken en braden.
• Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2.
• Voorverwarmen wordt aanbevolen.
Bovenwarmte + onderwarmte + ventilator
• De lucht in de oven wordt verwarmd met de elementen voor boven- en
onderwarmte.
• De ventilator in de achterwand van de oven zorgt voor circulatie van de hete lucht.
Hierdoor worden de gerechten verwarmd.
Grill
• Verwarming door middel van het grillelement.
• Deze functie kan worden gebruikt voor het grillen van een aantal belegde
boterhammen en saucijsjes, en voor het roosteren van brood.
• Plaats het ovenrooster op niveau 4 en de bakplaat op niveau 2.
• Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan
het gerecht snel aanbranden.
Grill + ventilator
• U kunt grillen met heteluchtcirculatie.
• De stralingswarmte wordt door de ventilator verspreid rond het gerecht.
• Het gecombineerde effect van de grill en de ventilator geeft uw voedsel een
perfecte knapperigheid en is ideaal voor grillgerechten.
• Warm de oven 5 minuten voor.
• Schuif het rooster in de bovenste roosterpositie.
• Plaats vervolgens een bakplaat op roosterpositie 3 om het vet van het
gerecht op te vangen.
GEBRUIK

NL 10
De inductiekookplaat gebruiken
Zandkorreltjes of andere substanties kunnen krasjes en vlekken veroorzaken
die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem
op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst. Gebruik de kookplaat
niet als werkvlak.
Pannen voor inductiekoken
• Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor
inductiekoken.
• Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
▷een dikke bodem van minimaal 2,25 mm;
▷een vlakke bodem.
• Gebruik bij voorkeur pannen met het “Class Induction” keurmerk.
• Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen:
▷op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is;
▷door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
• Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking
van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden
waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten.
• Laat nooit een lege pan op een ingeschakelde kookzone staan. Hoewel de kookzone
beveiligd is tegen oververhitten, wordt de pan zeer heet en bestaat de kans dat deze
beschadigd raakt.
• Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
• Gebruik geen pannen die kleiner zijn dan de kookzone. Hiermee vermijdt u dat
voedselresten op de gloeiend hete kookzone terecht komen. Ingebrande voedselresten zijn
moeilijk te verwijderen.
• Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de
garantie.
Niet elke pan is geschikt voor inductiekoken. Het is daarom belangrijk om te weten of
de pan is gemaakt van het juiste materiaal. Met een magneet kunt u zelf controleren of
uw pan geschikt is. Als de magneet wordt aangetrokken, kunt de pan gebruiken.
Geschikte pannen Ongeschikte pannen
Speciale roestvrijstalen pannen Aardewerk
Class Induction Roestvrijstaal
Solide geëmailleerde pannen Porselein
Geëmailleerde gietijzeren pannen Koper / Kunststof / Aluminium
GEBRUIK
This manual suits for next models
2
Table of contents
Languages:
Other ETNA Cooker manuals

ETNA
ETNA FIV760 Series User manual

ETNA
ETNA EFG467HWITAD/E1 User manual

ETNA
ETNA EFK769WIT User manual

ETNA
ETNA EFG409H User manual

ETNA
ETNA FGV350RVS User manual

ETNA
ETNA FG860 Series User manual

ETNA
ETNA FIV560 Series User manual

ETNA
ETNA 1983RVS User manual

ETNA
ETNA FGV760 Series User manual

ETNA
ETNA FFGV561 Series User manual

ETNA
ETNA FG890RVS User manual

ETNA
ETNA FI590 Series User manual

ETNA
ETNA FGV660WIT/E04 User manual

ETNA
ETNA EFG691BRCA User manual

ETNA
ETNA FKV761 Series User manual

ETNA
ETNA FG190 Series User manual

ETNA
ETNA FEV150WIT User manual

ETNA
ETNA FGV660 Series User manual

ETNA
ETNA FIV560RVS User manual

ETNA
ETNA FG860ZT User manual





















