Futech MULTISCAN User manual

DIGITAL DETECTOR
DIGITALE DETECTOR
DETECTEUR DIGITAL

2
Voor een optimale werkervaring met dit toestel, dient u deze gebruiks-
aanwzing grondig door te lezen en na te leven.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIOS ZORGVULDIG
EIGENLK GEBRUIK
De FUTECH MULTISCAN is ontworpen voor het opsporen van metalen
(magnetisch en niet magnetisch), balken en draden/geleiders, al dan niet
onder stroom, in muren, plafonds en vloeren.
PRODUCTEIGENSCHAPPEN
De nummers van de producteigenschappen refereren naar de aandui-
dingen op de afbeelding hiernaast
1. Verlichte ring
2. Display
3. “ZOOM” knop
4. Hout-detectie button
5. Metaal-detectie button
6. “on/off” knop
7. Viltjes
8. Sensor
9. Battervak
10. Klepje

3
7
8
1
2
3
4
5
6
9
7
10

4
DISPLAY ELEMENTS
A. indicator draden / geleiders onder stroom
B. Houtdetectie indicator
C. Metaaldetectie indicator
D. “zoom” functie indicator
E. “zoom” meting indicator
F. Meetindicator
G. “AutoCall” kallibratie indicator
H. Indicator voor magnetische metalen
I. Indicator voor niet-magnetische metalen
J. Audio signaal indicator
K. Batter indicator
A B C D
E
F
G
H
I
J
K

5
TECHNICAL DATA
Maximum scan diepte*:
Ferro-metalen 100 mm
Non-ferrous metalen (koper) 80 mm
Koperen geleiders (onder stroom)** 50 mm
Hout 20 mm
Auto. uitschakelfunctie na ong. 5 min
Werk temperatuur - 10 °C ... +50 °C
Bewaar temperatuur - 20 °C ... +70 °C
Batterijen 1 x 9 В 6LR61
Herlaadbare batterijen 1 x 9 В 6F22
Levensduur batterijen
(alkaline batterijen) +/- 6 u.
Gewicht 0,24 kg
* Is afhankelk van het materiaal en afmeting van het object zowel als van
het materiaal en conditie van de constructie.
**Minder diepe scanning voor draden / geleiders die niet onder stroom
staan
WERKING
INSTALLEREN EN VERWISSELEN VAN BATTEREN
Gebruik enkel Alkaline of herlaadbare batteren. Om het battervak 9te
openen, drukt u het klepje 10 in, in de richting de bovenzde van het
toestel. Plaats de batter. Let op dat de polariteit juist wordt geplaatst.
Wanneer de batterindicator verschnt op het scherm, zn metingen nog
mogelk gedurende ongeveer 1u. (Deze td verkort wanneer u gebruik
maakt van herlaadbare batteren.)

6
Wanneer de batter indicator K oplicht, kun U nog ongeveer 10 minuten
meten. Wanneer de batter indicator Ken de verlichte ring 1(rood) op-
lichten is er geen verdere meting mogelk en moet de batter worden
gewisseld.
Wanneer het meetinstrument voor langere td niet wordt gebruikt dient
de batter te worden verwderd. De batteren kunnen corroderen of
zichzelf ontladen na langere td van inactiviteit.
EXTRA : Bescherm uw meetinstrument tegen vocht en direct zonlicht
AAN-UIT ZETTEN:
Voordat U de Multiscan inschakelt , zorg ervoor dat het sensorgedeelte
8 niet vochtig is. Indien dit het geval is dient u het oppervlak droog te
maken met een doek.
Wanneer het meetinstrument blootgesteld is geweest aan grote tempe-
ratuurschommelingen, laat het toestel dan even acclimatiseren alvorens
het te gaan gebruiken.
Wanneer u het toestel aanzet met de hout-detectie (4) of de metaal-de-
tectie (5), zal het automatisch in de respectievelke detectie stand staan.
Wanneer U het toestel inschakelt door middel van de on/off knop 6of
met de “zoom” knop 3zal het instrument automatisch in de laatste de-
tectie modus staan.
Na een korte zelf-check, is het instrument klaar voor gebruik. Wanneer het
instrument in de metaaldetectie functie staat, is de aeesmogelkheid klaar
wanneer er een Vzichtbaar is achter de “autocall” callibratie indicator G.
Om het meetinstrument uit te zetten drukt u de on-off knop 6.
Wanneer geen van de meetknoppen worden gebruikt zal het instrument
na 5minuten automatisch uitschakelen om de levensduur van de batte-
ren te verlengen.
GEBRUIKS MODUS:
Het meetinstrument detecteert objecten onder het sensorgedeelte 8
DETECTEREN VAN METALEN OBJECTEN.
Voor het scannen van metalen objecten, drukt u op de metaalscanknop 5
De metaaldetectie indicator Cis zichtbaar in het display en de verlichte
ring 1 licht groen op.

7
Positioneer de Multiscan op het oppervlak dat u wil scannen
en beweeg het toestel zwaarts. Wanneer het toestel het me-
talen object nadert, zal de indicator F omhoog gaan. Wanneer
de afstand tussen het metalen object en het toestel opnieuw
vergroot, gaat de indicator omlaag. Wanneer de indicator het
maximum aanduid, bevindt het metalen object zich centraal
onder de sensor. Zolang de Multiscan exact boven het te me-
ten object staat, zal de verlichte ring 1rood oplichten en een
monotoon geluid zal hoorbaar zn.
Om het object exact te lokaliseren, drukt u de “zoom”-knop 3
in en houdt deze ingedrukt terwl u het toestel herhaaldelk
(3x) van links naar rechts beweegt over het object. De “zoom”
functie indicator D verschnt op het scherm. De “zoom”-in-
dicator Egeeft de grootste waarde aan wanneer u centraal boven het
metalen object meet.
Wanneer kleine of diepliggende metalen objecten gedetecteerd worden
en de meetindicator Freageert niet, druk dan de “zoom”-knop 3in en
houd deze ingedrukt wanneer U het toestel over het object beweegt. Ge-
bruik in dit geval enkel de “zoom”-indicator E om uw meting af te lezen.
Wanneer er zich metalen onderdelen in het te scannen materiaal bevin-
den, dan zal er een continu signaal weergegeven worden in de meet indi-
cator F. In dit geval dient U de “zoom”-knop 3in te drukken en ingedrukt
te houden terwl U het instrument over het materiaal beweegt. Om de
nauwkeurige plaats te bepalen leest u het resultaat af op de “zoom”-in-
dicator E.
Wanneer het gedetecteerde metaal een magnetisch metaal is (bv.
Ijzer), dan zal op de display de indicator voor magnetische metalen H
verschnen. Indien het gaat om een niet magnetisch metaal, verschnt
het symbool I. Omdat de Multiscan zou kunnen differentiëren tussen de
verschillende soorten metaal, moet het gepositioneerd worden boven
de gedetecteerde metalen objecten (de verlichte ring 1 licht rood op).
Indien het signaal te zwak is, is de metaalsoortindicatie niet mogelk.
Wanneer u naar metalen netten of versterkingen in structurele materialen
zoekt, zal de indicator F vrwel altd het volledige oppervlak aanduiden.
In dit geval gebruikt u altd de “zoom”-functie voor de scan. Het is typisch
dat wanneer u naar metalen netten of versterkingen zoekt, steeds het
magnetisch symbool H wordt weergegeven direct boven de wapening.

8
De indicator voor niet-magnetische metalen Izal worden weergegeven
tussen de metalen staven in.
DETECTIE VAN HOUT.
Wanneer u houten objecten wil scannen, druk de hout-detectieknop 4
in. Het Hout-indicator Ben de “Zoom”-indicator D verschnen op de dis-
play. Ook de pl onder de “Zoom”-indicator D begint te knipperen. De
“AutoCal” kalibratie-indicator Gand de verlichte ring 1 zn niet zichtbaar
of verlicht.
Plaats de Multiscan op het te scannen oppervlak. Druk vervol-
gens op de “Zoom”-knop 3 en houd deze ingedrukt. Nu licht
de verlichte ring 1 groen op en verschnt het “AutoCal” kali-
bratie symbool opnieuw op het display. De “Zoom”-indicator,
zowel als de pl eronder, verdwnen van de display.
Met de “Zoom”-knop 3 ingedrukt, beweegt u de Multiscan gelkmatig
boven de te scannen structuur, zonder het toestel op te heffen of een
andere druk uit te oefenen. Tdens de meting dienen de viltjes steeds in
contact te zn met het te meten oppervlak.
Wanneer er een houten object wordt ontdekt, zal de indicator Fdit aan-
geven. Beweeg het toestel herhaaldelk over het oppervlak om de meer
precieze locatie van het houten object te vinden. Nadat u verscheidene
keren over het oppervlak hebt gemeten, kan de plaats van het object
accuraat worden vastgesteld. De verlichte ring 1licht rood op en een mo-
notone toon is hoorbaar zolang de Multiscan zich over het houten object
bevindt. De meetindicator Fgeeft de grootste aanduiding wanneer het
houten object zich centraal onder de sensor bevindt. De “Zoom”-indica-
tor E is inactief wanneer u scant naar houten objecten.
LET OP: Wanneer u het meetinstrument op een ondergrond heeft ge-
plaatst waaronder toevallig een houten voorwerp is gelegen, en u het
heeft verplaatst over het oppervlak, zullen de meetindicator F, de pl on-
der de “Zoom”-indicator Dalsook de (rode) verlichte ring 1 verschnen
of oplichten. Indien dit het geval is, start u de meting opnieuw door de
scanner te herpositioneren, enigszins van het oppervlak, en opnieuw op
de “Zoom”-knop 3 in te drukken.
Wanneer je scant naar houten objecten zullen soms ook metalen objec-
ten waargenomen worden op dieptes tussen 20-50mm. Om onderscheid
te maken tussen houten en metalen voorwerpen schakelt u over naar de

9
metaaldetectie. (Zie Detecteren van metalen objecten). Wanneer een ob-
ject wordt aangeduid op exact dezelfde locatie in deze functie, dan mag
u er van uitgaan dat het een metalen voorwerp betreft, en geen houten
voorwerp. Om opnieuw hout te detecteren, schakelt u terug over naar de
Hout-detectiefunctie.
DETECTIE VAN “LIVE” STROOMDRAAD.
De Multiscan kan draden of geleiders onder spanning detecteren met 50
tot 60 Hz wisselstroom. Andere draden of geleiders zullen worden aan-
gegeven als metalen objecten.
Draden of geleiders onder spanning zullen zowel in de hout-scanfucn-
tie als de metaal-scanfucntie worden aangeduid. Wanneer er een on-
der spanning staande draad of geleider gedetecteerd wordt, verschnt
indicator A op het display. Beweeg het apparaat herhaaldelk over het
oppervlak om onder spanning staande draden of geleiders preciezer te
lokaliseren. Nadat u het toestel meermaals over het oppervlak heeft be-
wogen, kunnen de actieve draden en geleiders praktisch precies worden
aangeduid. Wanneer de Multiscan dicht b de geleider of draad is (vier
of vf staven in indicator A), zal de verlichte ring 1snel rood beginnen
knipperen, en zal er een snelle toon te horen zn.
Actieve draden of geleiders kunnen gemakkelker worden gedetecteerd
wanneer er stroomverbruikers (lampen, apparaten,…) mee verbonden
zn, en deze zn ingeschakeld. Draden en geleiders van 110V, 240V en
380V worden met ongeveer dezelfde scancapaciteit gescand.
In bepaalde gevallen (zoals bvoorbeeld wanneer de onder spanning
staande draden of geleiders zich achter metalen oppervlakken of op-
pervlakken met een hoog watergehalte bevinden) kan de detectie niet
gegarandeerd worden. Deze bereiken zn te herkenning in de metaal-
detectie-functie. Als de meetwaarde wordt aangegeven over een groter
bereik van de meet indicator F, dan schermt het materiaal de elektriciteit
af en is de detectie van actieve draden en geleiders niet betrouwbaar.
Draden die niet onder spanning staan kunnen worden gevonden als me-
talen objecten in de metaaldetectie-functie. Echter, meeraderige kabels
worden niet aangegeven (in tegenstelling tot vol aderige koperen gelei-
ders).

10
INSTRUCTIES:
Vanaf het begin kunnen de meetwaarden worden beïnvloed door be-
paalde omgevingsfactoren. Deze omvatten bvoorbeeld de nabheid
van andere apparaten met sterke magnetische of elektromagnetische
velden, vocht, metalen bouwmaterialen, met folie gelamineerde isolatie-
materialen of geleidend behangpapier. Daarom verzoeken w u ook an-
dere informatiebronnen (bvoorbeeld bouwplannen) te raadplegen voor
het boren, zagen, frezen in muren, plafonds of vloeren.
GELUID UITZETTEN
De signaaltonen kunnen aan- en uitgezet worden. Om dit te doen, drukt
u gelktdig de metaaldetectie-knop 5en de houtdetectie-knop 4 in.
Wanneer het geluid is uitgeschakeld, zal geluidsindicator J op het dis-
play verschnen. Deze instelling blft behouden ook nadat u het toestel
uit en aan heeft gezet.
“AUTOCAL” KALIBRATIE INDICATOR
Wanneer het vinkje achter de “AutoCal” kalibratie indicator Gknippert
voor een langere periode of wanneer deze niet meer verschnt, zn be-
trouwbare scanningen niet langer meer mogelk.
ONDERHOUD EN REINIGING:
Wanneer b het meten de indicator F een continue resultaat geeft, ook al
is er geen metaal in de nabheid van het toestel, kan het meetinstrument
handmatig gekalibreerd worden. Om dit te doen, verwder alle objecten
in de nabheid van het meetinstrument (inclusief horloges, ringen, arm-
banden, … van metaal) en houd het toestel in de lucht. Met het toestel
uitgeschakeld drukt u zowel op de “on/off”-knop 6als op de houtdetec-
tie-knop 4 totdat de verlichte ring 1 rood en groen tegelk oplicht. Laat
vervolgens beide toetsen los. Wanneer de kalibratie geslaagd is, zal de
Multiscan opnieuw operationeel zn na een paar seconden en is h klaar
voor gebruik.
Veeg vuil, stof, … weg met een droge en zachte doek. Gebruik geen
schoonmaakmiddel of oplosmiddelen. Om het meetresultaat niet te be-
invloeden, mogen er in geen geval stickers, naambordjes, en speciek
metalen versies, worden gekleefd op de sensor 8, zowel aan de voorzde
als de achterzde van het apparaat.
Verwder zeker nooit de viltjes 7 aan de achterzde van het toestel. Ver-
vang deze als ze beschadigd of vuil zn. Doe dit door de oude te verw-
Other manuals for MULTISCAN
1
This manual suits for next models
1
Table of contents
Languages:
Other Futech Security Sensor manuals


















